Volleybal
Trainingsschema voor je volleybalteam
Een opbouw voor het hele seizoen, en per trainingsavond een uitgewerkte training met oefenvormen, tijden en coachpunten.
Volleybal is de sport waarin één slechte pass de aanval al onmogelijk gemaakt heeft voordat iemand gesprongen is. Daarom gaat er zoveel tijd naar receptie en naar de opbouw pass-set-aanval, en daarom gaat een seizoen ongemerkt lijken op twintig keer dezelfde avond: inslaan, wat oefeningen aan het net, partijtje.
De vragen die het interessant maken gaan over volgorde. Wanneer voeg je de floatservice toe. Wanneer laat je de spelverdeler echt kiezen tussen positie vier en positie twee, in plaats van dat af te spreken. Wanneer mag er weer vrij gespeeld worden zonder verplichte drie contacten.
Dat is wat hier per week wordt ingevuld, met onder elke trainingsavond een uitgewerkte training.
Hoe een volleybalweek loopt
01
De jeugd traint meestal één of twee keer in de week, met een wedstrijd in het weekend.
02
De training die het verst van de wedstrijd af ligt krijgt het nieuwe werk en de langste rally's.
03
De laatste training ervoor wordt korter, met meer spel op vol veld en minder losse techniek.
Zo staat een oefenvorm erin
Dit is er één van de 90 volleybaloefenvormen, geschreven voor de middelste leeftijdsgroep. Precies deze tekst komt op je trainingsblad te staan.
Receptie 2v2 met onderhandse pass
10 tot 12 minuten
De onderhandse pass als eerste antwoord op een opslag, in een levende rally 2 tegen 2, terwijl de contacten daarna nog door een vangst worden gesteund tot de receptie op eigen kracht staat.
- Opstelling
- Deze oefening draait een aparte 2 tegen 2-wedstrijdvorm voor de jeugd, en houdt de maten van die vorm aan in plaats van het veld en het net waarop een groep van 12 tot 14 jaar verder speelt. Het net staat hier vast op 2,10 m. Deze vorm heeft één eigen nethoogte, en dat is een bewuste afwijking. Het veld is 6 bij 4,50 m per team, binnen een speelveld van 6 bij 9 m, met het net over de breedte van 6 m. De opslag wordt genomen op 4,50 m van het net, wat op dit veld de eigen achterlijn is, dus je hoeft geen extra lijn te leggen: de 4 hoekpionnen leggen hem vast. Ook die opslagplek wijkt bewust af, en die afwijking zit in de regels. In het Nederlandse formaat dat de jongere groepen spelen wordt nooit van achter de achterlijn geserveerd, maar vanuit de achterste helft van het eigen veld, en onder ongeveer 9 jaar kent dat formaat helemaal geen opslag. Zeg dat erbij, zodat een groep niet leert dat serveren vanaf de achterlijn normaal is op een klein veld. Van elk team staan er steeds 2 spelers in het veld, en een team telt 2, 3 of 4 spelers. Eén team draagt hesjes. Bij elk veld liggen 2 ballen, één in het spel en één reserve aan de zijlijn. Eén veld is de basisopstelling en houdt twee teams van 2 of 3, dus 4 tot 6 spelers. Een groep van 7 blijft op één veld, met een team van 3 tegen een team van 4. Bij 8 tot 12 spelers zet je er een tweede, identiek veld naast. Dat krijgt een eigen net, eigen 4 hoekpionnen, eigen 2 ballen en een eigen team met hesjes. De groep verdeel je dan over vier teams van 2 of 3. Hoe groot een team ook is, er geldt één wisselregel, en die staat hieronder: er wisselt iemand na elke tweede rally. Een andere wissel kent deze oefening niet.
- Organisatie
- Een rally gaat tot 3 balcontacten per kant en het spel loopt door. De klok maakt het blok uit: er is geen puntendoel en er wordt geen spel geteld. Er zijn twee standen, en jij draait de hele training op één daarvan, gekozen op wat de groep aankan. Stand met vangst: het eerste contact is een echte onderhandse pass zonder vangen, het tweede wordt gevangen en daarna opgezet, en het derde is een directe bovenhandse set. Stand zonder vangst: het eerste contact is een onderhandse pass en het tweede en het derde zijn allebei directe bovenhandse sets, dus nergens in de rally wordt gevangen. De opslag is onderhands en wordt genomen vanaf de eigen achterlijn, 4,50 m van het net. Binnen het serverende team gaat hij om en om: de twee kinderen in het veld serveren om beurten, zodat niemand twee keer achter elkaar aan de opslag staat. De spelers staan naast elkaar en dekken elk hun eigen helft. Over de middenlijn komen is een fout. Het net raken mag, zolang het het spel niet stoort. Van elk team staan er steeds 2 spelers in het veld, en na elke tweede rally wisselt er iemand, in een volgorde die je voor de eerste opslag vastlegt. Eén regel dekt elke teamgrootte: na elke tweede rally gaat de speler die het langst in het veld staat eruit, en komt de volgende naam uit de volgorde erin. Een team van 2 wisselt dus nooit en die twee spelen het hele blok. Bij een team van 3 staat er steeds één buiten, dus elke speler speelt twee van de drie rally's. Bij een team van 4 staan er twee buiten, die één voor één binnenkomen, dus elke speler speelt de helft van de rally's en na acht rally's is de volgorde rond. Zeg de volgorde hardop voor de eerste opslag en houd hem vast. Wie buiten het veld staat, haalt de bal op die het veld uit gaat en geeft de reservebal aan de serveerder. Bij twee teams van 2 staat er niemand buiten: dan pakt het ontvangende tweetal de reservebal en loopt de losse bal terug voordat de volgende rally klaar is. Makkelijker: draai de stand met vangst, of ga daarnaar terug, zodat het tweede en het derde contact gevangen en losgelaten blijven zolang de receptie nog groeit. Zwaarder: ga over op de stand zonder vangst zodra de onderhandse pass constant onder controle is, en haal daarmee de vangst uit elk contact. Grens: een rally blijft in beide standen op 3 contacten per kant. De maten van deze vorm veranderen niet: 6 bij 4,50 m per team binnen een veld van 6 bij 9 m, een net op 2,10 m en de opslag vanaf de achterlijn op 4,50 m.
- Waar je op let
- Je platform zijn je aaneengesloten handen met gestrekte armen, laag en weg van je lichaam, en het staat er al voordat de opslag aankomt.
- De bal raakt je onderarmen boven de polsen, niet je handen.
- Zet je voeten en kom vierkant voor je doel te staan voordat de bal er is.
- Knieën gebogen, gewicht naar voren op het contact, heupen en schouders naar het doel gedraaid.
- Wat er meestal misgaat
- Passen met de handen of de vingers in plaats van met het platform: zet de armen laag en tegen elkaar voordat de opslag geslagen wordt.
- Groot blijven staan en met de armen naar de bal reiken: geef de aanwijzing "eerst je voeten, dan je armen".
- Te snel naar de stand zonder vangst willen terwijl de onderhandse pass nog niet constant is. Blijf bij de stand met vangst, want die gevangen contacten zijn het vangnet zolang de receptie zich ontwikkelt.
- Materiaal
- 2 × net, 4 × bal, 8 × pion, 6 × hesje
- De velden staan minstens 2 m uit elkaar, zodat de twee spellen nooit in elkaar lopen.
- Benoem de netlijn en de middenlijn expliciet: over de middenlijn komen is een fout, en spelers stoppen voordat ze tegen het net aan komen.
- Tel de opslagen per speler en leg het blok stil voor wie er 20 haalt. Dat is de grens van deze oefening en geen grens voor de hele training: wat ze hier serveren komt boven op wat de rest van de training vraagt.
- Ga ervan uit dat er al een warming-up gedraaid heeft, inclusief het bovenhandse opbouwstuk, want in deze oefening wordt bovenhands gezet.
Waar dit op aansluit
Losse volleybaloefeningen circuleren overal, meestal als pdf, meestal zonder dat erbij staat voor welke leeftijd ze bedoeld zijn.
Wat ontbreekt is de lijn eronder: wanneer de floatservice erbij komt, wanneer de verplichte drie contacten eraf mogen, en wat dat betekent voor de training van donderdag. Dat is wat hier per week wordt ingevuld.
Regels, leeftijden en grenzen
De spelregels, leeftijdscategorieën en belastinggrenzen achter het plan zijn de Nederlandse. Je kiest bij het aanmelden welke categorie je team is, en daar hangt aan welke oefenvormen in aanmerking komen en hoe zwaar een week mag worden. Die grenzen zitten in code, niet in een tekst die het model kan negeren.
Kijken hoe het uitpakt voor jouw team
Een paar vragen over je team, en je hebt een seizoen staan dat je meteen kunt nalopen.
Maak je team aan